SIGISWALD KUIJKEN

en het

KUJKEN STRIJKKWARTET

brengt

 

Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze.

De Componist

 

Joseph Haydn (1732-1809)

 Haydn portrait by thomas hardy

 

 

“Franz” Joseph Haydn ( 1732- 1809):

(Hij verkoos op latere leeftijd zijn voornaam “Franz” niet meer te gebruiken.)

Op 31 maart 1732 werd Franz Joseph Haydn geboren in het Oostenrijkse plaatsje Rohrau waar hij opgroeide in een weinig begoede familie. Zijn vader was een wagenmaker.

 

Op 5-jarige leeftijd volgde hij, onder impuls van zijn oom Mathias Franck, muzieklessen in Hainburg.

Op zijn achtste kreeg hij de gelegenheid om als sopraan op te treden in het knapenkoor van de St. Stephansdom te Wenen. Daar verbleef hij negen jaar waarvan de laatste vier jaar met zijn broer Michael. Maar toen de stem van Haydn langzaam maar zeker aan het veranderen was, kwam er een abrupt einde aan zijn zangcarrière. Hoewel zijn mentor Georg Reuter hem probeerde over te halen zich te laten castreren, heeft Joseph, mede op aandringen van zijn vader, geweigerd deze riskante ingreep te ondergaan.

Hoewel Haydns ouders wilden dat hij priester werd, besloot hij zich te focussen op het maken van muzikale composities. Dit leidde tot ruzie met zijn familie. Kort hierop verliet Haydn het ouderlijk huis en vluchtte naar zijn vriend Michael Sprangler in Wenen. Daar kwam Haydn in aanraking met de Weense adel en muzikale bovenwereld van de stad. Ondanks het feit dat hij diverse tijdelijke jobs aangeboden kreeg en speelde voor meerdere ensembles, speelde hij ook op straat viool om in zijn levensonderhoud te kunnen blijven voorzien.

In 1751 legde Haydn zich toe op het geven van muziekonderricht en het begeleiden van zangers waaronder de Italiaanse componist Nicola Antonio Giacinto Porpora (1686-1768). Deze laatste bracht hem in contact met bekende operacomponisten als Christoph Willibald Gluck, Georg Christoph Wagenseil en Karl Ditters von Dittersdorf. Deze samenwerking en deze contacten gaven hem de gelegenheid om zich op muzikaal vlak sterk te bekwamen.

In 1756 vond Haydn een vaste functie als kapelmeester bij de Graaf von Morzin in Lukawitz. Hij bleef dit doen tot 1758. Hierna werd hij in dienst genomen bij de adellijke familie Esterházy in 1761. Vanaf 1766 trad hij aan als kapelmeester in Eisenstadt.

In 1782 ontmoette hij Wolfgang Amadeus Mozart in Wenen.

Vanaf 1790, kort na de Franse Revolutie, verbleef Haydn enkele jaren in Engeland. Hij verwierf een eredoctoraat aan de universiteit van Oxford en speelde ook voor de Engelse koning George III.

Nadat hij uit Engeland terugkeerde kocht hij een eigen woning in Oostenrijk en begon muzieklessen te geven, onder meer aan Ludwig Van Beethoven. Hij had een ontmoeting met hem in 1792 in de Duitse stad Godesberg. Het klikte aanvankelijk goed tussen hen en Van Beethoven ging bij Haydn in de leer. Later vertroebelden de relaties tussen beide heren echter.

Haydn heeft heeft een enorme muzikale nalatenschap op zijn naam staan waaronder 68 strijkkwartetten en 106 symfonieën. Haydn creëerde talrijke serenades en het is gekend dat hij ook veel liet opvoeren in open lucht.

Tot zijn grootste werken behoren”Stabat Mater (1767)”, de grote compositie “Missa Sancti Nicolai (1772)”, “Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze (1787)”, “Die Schöpfung (De schepping, 1796-1798)” en natuurlijk het befaamde oratorium “Die Jahreszeiten (De seizoenen, 1801)”. Dit laatste muzikale stuk bestond uit religieus getoonzette muziek over een wereldlijk onderwerp en werd uitgevoerd met een groot koor en orkest.

Haydn componeerde ook de melodie van het huidige Duitse volkslied. De muziek had hij oorspronkelijk opgedragen aan keizer Frans II en is ook bekend onder de naam “ Kaiserhymne”.

In het jaar 1803 stopte Haydn, die op leeftijd was gekomen, met het componeren van muziek.

Op 31 mei 1809 overleed Frans Joseph Haydn in Wenen op 77-jarige leeftijd, in zijn slaap.

Hij werd begraven in Eisenstadt waar men in de Bergkerk zijn graftombe kan gaan bewonderen.

In Oostenrijk zijn verschillende musea gewijd aan het werk en leven van Haydn.

In Rohrau (Neder-Oostenrijk) staat het geboortehuis van Haydn. Dit museum is zowel aan hem als aan zijn broer, Michael, gewijd. In Eisenstadt- Burgenland, maar ook in Wenen (één van de oudste musea in Wenen), zijn er twee voormalige woningen van Haydn te bezichtigen.

______________________________________________________________

 

In 1785 kreeg Joseph Haydn de opdracht om “De Zeven Laatste Woorden van Onze Verlosser aan het Kruis” te componeren van de priester José Saenz de Santamaría, Marqués de Valde-Íñigo, uit Cádiz een havenstad in Zuid-Spanje.

Het werk werd vermoedelijk voor het eerst op Goede Vrijdag 1787 uitgevoerd in de kapel van Santa Cueva,uitgehouwen uit de rotsen, die gelegen was onder de parochiekerk van Nuestra Señora del Rosario.

De opdracht was om zeven langzame meditatieve bewegingen te componeren, één beweging voor elk van de laatste woorden van Jezus.

Diep onder de indruk beschreef Haydn later het verloop van de opvoering in Cádiz aan zijn biograaf Georg August von Griesinger.

"Op de afgesproken dag waren de muren, ramen en pilaren van de kerk bedekt met zwarte doeken, en slechts één grote lamp die in het midden hing verlichtte de heilige duisternis. Op een bepaald uur werden alle deuren gesloten en begon de muziek. Na een passend voorspel besteeg de bisschop de preekstoel, sprak één van de zeven woorden uit en leidde een meditatie daarover. Zodra hij klaar was, kwam hij van de preekstoel terug naar beneden, en viel geknield voor het altaar. Ondertussen weerklonk de muziek. De bisschop besteeg de kansel voor de tweede keer, de derde keer, enz. en telkens opnieuw speelde het orkest aan het eind van zijn preek.”

Haydn verklaarde dit werk dan ook vaak tot één van zijn moeilijkste opdrachten maar ook één van zijn meest geslaagde.

De muziek die hij componeerde maakte op haar beurt indruk op het publiek: de zeven trage sonates zijn eenvoudig en haast meditatief, maar net die fragiliteit en intimiteit maken het werk zo aangrijpend.

De gelijktijdige publicatie van de oorspronkelijke orkestversie in delen, met een versie voor piano en een bewerking voor strijkkwartet, is vermoedelijk te danken aan de wens van de Weense uitgever Artaria om de verspreiding van het werk te bevorderen.

In 1794 hoorde Joseph Haydn in Passau een uitvoering onder de vorm van een oratorium, die was uitgewerkt door Joseph Friebert ,de kapelmeester van de aartsbisschop.

Haydn besloot zijn eigen oratoriumversie te maken voor vier solostemmen, koor en orkest, gebruik makend van een deel van deze versie, waarvoor Gottfried van Swieten de tekst leverde. Deze versie werd voor het eerst opgevoerd in Wenen in 1796; zij werd gepubliceerd in 1801.»

________________________________________________________________________________